Door Kees de Graaf op 6 december 2014

Het PvdA-verleden van Jeep Plantinga

Een rode Fries werd rode Drent

Jeep Plantinga heeft een lange geschiedenis met de Partij van de Arbeid, die terug gaat tot de periode na de Tweede Wereldoorlog. De geboren Fries kwam in Groningen-Stad en later in Eelde terecht, waar hij actief werd in gemeenteraad en gewest. Carla Ensing en Kees de Graaf gingen op bezoek en tekenden dit verhaal op.

Terug in de tijd (2)

De PvdA is niet ver weg in de woonkamer van Jeep Plantinga, die uitkijkt op een met bomen omzoomde achtertuin. Op tafel ligt de Wibautlezing van Margreet de Boer, waarin de nodige passages met pen zijn geaccentueerd. Deze bijvoorbeeld: ‘De kwaliteit van het dagelijks leven wordt in hoge mate bepaald door de kwaliteit van het lokaal bestuur.’ Het zou zo maar een uitspraak van deze lokaal zeer betrokken partijman zelf geweest kunnen zijn, zo zal blijken tijdens het gesprek. De geschiedenis van Plantinga begint in Friesland, op 9 augustus 1923, in Nij Beets – oorspronkelijk een veendorp in de gemeente Opsterland (‘Rein Munniksma zou hier later nog wethouder worden.’).’ We woonde later in Uilensprong waar vader hoofdmeester was geworden.’ Als zoon van een onderwijzer groeide hij hier op als enig kind: ‘We liepen op klompen en woonden in een ambtswoning bij de school. De jongens en meisjes waar ik mee speelde waren “rood”: de kinderen van communisten en SDAP’ers. Onze gemeente had de eerste rode wethouder, dat soort dingen kreeg je thuis wel mee. Overigens waren mijn ouders niet erg politiek georiënteerd. Ze stemden wel SDAP en we hadden ook wel de Vara-gids en het Vrije Volk. Maar er werd niet veel over politiek gesproken. Bij de zuivelfabriek in het dorp werkten veel rooien en die probeerden mijn vader wel lid te maken van de partij, maar dat paste niet echt bij zijn openbare functie.’

jeep-4

Baantje zoeken
In 1936 begon Jeep op de HBS in Heerenveen, waar hij met ‘hangen en wurgen’ een B-diploma haalde – ‘Wiskunde vond ik toch lastig.’ Maar wat toen? ‘Het was oorlog, lastig om een baan te vinden. Een rechtenstudie trok me al vroeg aan, maar daar moest je wel gymnasium voor hebben. Toen de oorlog over was heb ik dat in Amersfoort gehaald. Aanvankelijk probeerde ik toen een baantje bij de gemeente te krijgen, maar dat was niet eenvoudig: er liepen talloze afgestudeerde juristen hun schoenen al plat op de stenen van Stad. Mijn burgemeester zei tegen mij: het is zonde om nu al te gaan werken, je moet gaan studeren. Dat advies nam ik ter harte en vier jaar later was ik meester in de rechten.’ De belangstelling voor de politiek begon ook in die tijd te groeien: ‘Ik ging wel eens naar bijeenkomsten in het dorp, in het weekend als ik thuis was. Bij de plaatselijke afdeling van de SDAP liet ik mijn gezicht wel zien.’
Maar eerst zou een huwelijk volgen en eerste baan: in Bloemendaal, op het gemeentehuis afdeling personeelszaken. Later volgde een verhuizing naar Hilversum, voor een nieuwe baan: ‘Daar ben ik lid geworden van de PvdA. Ik kon vervolgens een baan bij de gemeente Groningen krijgen en toen kwamen we terug naar het noorden. Het Bouwfonds bouwde hier in Eelde in 1962 huizen en daar konden we er een van kopen. De Elfstedentocht van 1963 hebben we hier bekeken.’ Het duurde niet lang of de plaatselijke politiek stond op de stoep.

Financieel expert
‘Mevrouw Stelling Dekker was fractievoorzitter en zei tegen mij: u moet op de lijst. Ik was inmiddels al actief in het verenigingsleven hier, onder meer als voorzitter van de gymafdeling. Sport lag me altijd goed. Op de HBS speelde ik in het schoolelftal samen met Abe Lenstra. Hij in de spits, ik voelde me meer thuis in de middenlinie.’ Jeep kwam op de lijst van de verkiezingen van 1966 te staan: ‘Teun Boering stond op één – hij is later gedeputeerde geworden. Na een jaar raadslidmaatschap – we waren de grootste partij – volgde het fractievoorzitterschap. Ik hield me zelf bezig met juridische en algemene zaken, verder was het vooral zaak om de taken in de fractie goed te verdelen. In de fractie heb je in ieder geval iemand nodig die de financiën beheerst; ik ben zelf geen boekhouder, maar gelukkig hadden we Lub Weidgraaf die dat goed kon en voor zijn rekening nam. Lub is er gelukkig nog; veel van mijn vrienden uit die tijd zijn er al niet meer. Ik woon hier al 22 jaar alleen; ik heb veel mensen zien komen en gaan.’
Jeep Plantinga bleef tot 1978 in de lokale politiek. Later kwam de belangstelling voor het gewest: ‘In het begin kwam ik daar nooit. Ik zei altijd thuis: in het weekend geen politiek! Maar toen ik alleen kwam te staan ben ik er toch wat vaker gaan kijken.’ In de tussentijd is er veel veranderd. De gemeente is opgegaan in een groter geheel: ‘Eerst dreigde er een grote gemeente Assen-Groningen te ontstaan. Daar is toen actie tegen gevoerd onder het motto “De kop blijft erop”. Tynaarlo is uiteindelijk een mooie gemeente geworden.’

kees-1

Samenwerking op links
Veel tijd heeft Jeep ook in de werkgroep ouderenbeleid gestoken, waar hij 15 jaar lang voorzitter van was. De politiek volgt hij nog steeds. Af en toe bezoekt hij nog de ledenvergadering van de afdeling Tynaarlo. En op tv is kanaal 502 snel gevonden: de zender waar live de kamerdebatten in Den Haag te volgen zijn. Net heeft hij nog het debat over de invoering van de zorg gevolgd. Over het pleidooi van de partij om een kwart van de tijd ‘op straat’ te besteden zegt hij: ‘Het is niet echt een goed moment om naar de mensen toe te gaan. Bij mijn afscheid van de werkgroep ouderen heb ik gepleit voor hervorming: laten we een samenwerkingsverband van linkse partijen vormen, een federatie. Ik heb daar niet veel positiefs op gehoord. Eén lijst, één programma. Een machtsblok tegenover de verrechtsing, met GroenLinks en SP samen. Toen had het gekund, nu ligt het wellicht moeilijker. Ik heb het voorgelegd aan Ronald Plasterk en Pierre Heijnen. Van Plasterk kreeg ik een briefje: “bedankt voor het meedenken”. Ik liet dat aan Aly Edelenbosch zien en die zei: “Het is zo goed als niks”. De secretaresse van Heijnen stuurde ook een kort briefje: “Meneer Heijnen heeft het gelezen”. Het geeft wel aan hoe groot de afstand tussen Den Haag en het lokale is geworden.’
Over de landelijke rol van de PvdA is Plantinga kritisch: ‘We werken samen met de verkeerde partij. Lees het regeerakkoord er maar op na: het is allemaal VVD. Lokaal ligt dat anders, daar moet je samenwerken.’ Hij verwacht dat de partij landelijk flink gaat betalen voor deze regeringsdeelname: ‘Er had een derde partij bij moeten zijn, dat was veel beter geweest.’ De PvdA-tweede Kamerleden vindt hij niet altijd even zichtbaar: ‘Kijk hoe Renske Leijten van de SP de show steelt. Dat spreekt de mensen wel aan. Ik kan geen PvdA-kamerleden meer noemen die er uitspringen, zoals vroeger.’ ’Maar Agnes Wolbert doet het wel goed in het zorg debat’ De PvdA is wat Jeep Plantinga betreft te ver af komen te staan van de beginselen: ‘Uiteraard moet je compromissen sluiten, maar er waren andere mogelijkheden geweest als we ruimer hadden gekeken dan louter deze samenwerking met de VVD. In het regeerakkoord stond heel helder: de zorgpremie wordt inkomensafhankelijk. Dan schrikken ze bij de VVD en levert de PvdA het in.

jeep-2

 

 

Kees de Graaf

Kees de Graaf

  Geboren in Vollenhove (op de rand van de Noordoostpolder). Middelbare school in Enkhuizen, studie sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Na verschillende banen bij onderzoeksbureaus en een bouwbedrijf in 2000 de overstap gemaakt naar het bestaan als zelfstandige. Niet veel later verhuisd van Amsterdam naar Zuidlaren. Vader van drie kinderen. Woont samen. Werkzaamheden:

Meer over Kees de Graaf