De traagheid der dingen

Door Kees de Graaf op 14 oktober 2017

Bouwprojecten duren lang en soms nog langer. Gemiddeld in Nederland zeven jaar, in Tynaarlo gaat het niet veel sneller. Soms liggen locaties braak, worden overwoekerd of raken compleet in de vergetelheid. Kan de gemeente de boel – ook al heeft ze dan zelf geen initiërende rol – niet wat meer aanjagen en stimuleren?

Als journalist in de wereld van ruimtelijke ordening en woningbouw kende ik natuurlijk wel de verhalen over hoe lang procedures in dit land kunnen duren. Veel geklaag, vooral van projectontwikkelaars, over hoe traag besluitvorming werkt en hoe lang ze moeten wachten tot bestuurders eindelijk doen waar ze voor betaald worden: besluiten nemen. ‘Stroperige toestanden allemaal’. En daarom ook de bekende roep om het ‘ontslakken’ bijvoorbeeld, die je veel hoort vanuit de kant van de markt. Dat ontslakken kun je met het menselijk lichaam doen – na alle geneugten van spijs en drank de boel eens even flink opschonen van binnen, ‘detoxen’ heet dat ook wel – maar het kan ook in de wereld van project- en gebiedsontwikkeling. De regels flink opschonen en zorgen voor een veel vlottere afhandeling, om het zo maar eens samen te vatten. De overbodige ballast overboord. Dit is nog maar weinig gemeenten echt gelukt, zelfs de allergrootste (Amsterdam) is al jaren bezig met wat ze daar ‘De Grote Vereenvoudiging’ noemen. Of het inderdaad werkt en plannen inderdaad sneller door de molen komen? Ik durf het niet te zeggen.

Dubbele kosten
De klaagverhalen nam ik altijd met een korreltje zout, maar wanneer ik nu als gemeenteraadslid in Tynaarlo zie hoe traag sommige projecten van de grond komen, kan ik me er wel iets bij voorstellen. Het gaat inderdaad allemaal niet erg vlot. In Eelde moet de C1000 nu eerst de winkel ombouwen tot Jumbo-formule (opening 3 juni), om vervolgens wellicht – als de onderhandelingen met de gemeente goed verlopen – alsnog uit te mogen breiden. Dat is dus twee keer (ver)bouwen, met dubbele kosten. Maar ik verbaas me in Tynaarlo echter ook over de omgekeerde situatie: locaties waarbij marktpartijen zelf aan zet zijn en vervolgens er jaren over doen om een project te realiseren. In Vries bijvoorbeeld: het terrein van de voormalige melkfabriek, waar eigenaar Woonborg appartementen wilde realiseren maar daar inmiddels vanaf ziet. En er dus niets gebeurt. In Zuidlaren het terrein van de voormalige garage Roelfsema; al jaren is de garage weg uit het dorp, maar het nieuwe plan laat nog steeds op zich wachten. Ook op de ING/Blokker/drogist-locatie gebeurt hier – op het oog althans – niet al te veel. Om het over het terrein van de Prins Bernhard Hoeve nog maar niet te hebben. Ik begrijp dat de crisis het allemaal niet gemakkelijker heeft gemaakt en de appartementen niet meer tot boven de boomgrens groeien, maar als ze in Coevorden een binnenstadslocatie in tien jaar tijd compleet kunnen saneren en bebouwen, waarom lukt ons dat dan niet? Als er dan geen permanente bebouwing (voorlopig) mogelijk is, probeer dan in de sfeer van tijdelijk gebruik iets te doen. Ook daar zijn al talloze interessante voorbeelden van te vinden.

Gat van Vries
Het voorlopige dieptepunt is en blijft met voorsprong de locatie aan de Oude Asserstraat in Vries, waar bouwbedrijf Noppert appartementen wilde realiseren maar ondertussen failliet ging. Resteert al sinds 2009 – toen leverde men de bouwvergunning weer in bij de gemeente – het troosteloze ‘Gat van Vries’. Het bijbehorende bouwbord is gelukkig al verwijderd door de collega’s van Leefbaar Tynaarlo. In een naïeve bui dacht ik laatst: kunnen we niet met wat vrijwilligers het groen hier wat aan kant brengen? Nee, dat was niet zomaar mogelijk, zo wees navraag bij de gemeente uit. De Flora- en Fauna-vergunning bleek te zijn verlopen en dan mag je niet zomaar riet en ander grootgroeiend groen kappen. De lap grond zit en blijft nog even troosteloos in de boedel bij de curator en inmiddels is een makelaar aan het werk gezet om een koper ervoor te vinden. En de inwoners en bezoekers van Vries blijven maar tegen een treurig stukje niet-onderhouden groen aankijken. Wat dichtte Marsman ook alweer? ‘Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan’. Die traagheid kleeft ook aan projectontwikkeling in onze gemeente. Maar misschien ben ik te ongeduldig. Een ongeschreven regel zegt dat een gemiddeld bouwproject in Nederland zeven jaar duurt. Sommige van de projecten in Tynaarlo komen daar nog niet aan. Andere zitten er inmiddels ver overheen. Gemiddeld zal het dus toch wel weer kloppen.
De vraag is nu: laten we het hierbij en wachten we af of kunnen we als gemeente(raad) toch iets in beweging krijgen? Een eerste actie zou kunnen zijn dat de gemeente inzichtelijk maakt welke bouwinitiatieven er allemaal lopen binnen onze gemeente. Halfjaarlijks krijgen we – mede op ons verzoek – nu al een overzicht van de gemeentelijke grondposities (nader toegelicht op een informatiebijeenkomst), dat moet niet al te moeilijk zijn om uit te breiden met de ‘private’ plannen. Een lijstje (en een kaart: de ‘Nieuwe Kaart van Tynaarlo’) met welke partijen er een rol in spelen, hoeveel tijd er al mee gemoeid is, welke volgende stap in het proces te verwachten is en wanneer (uiteraard voor zover dat privacy-techisch toegestaan is). Immers, veel projecten raken in vergetelheid en nemen daardoor nog meer tijd. Wie kent bijvoorbeeld nog de ‘Gebiedsontwikkeling Tienelswolde’, rond het gelijknamige verzorgingshuis in Zuidlaren? Onder de noemer van transparantie (goed dat de mensen weten hoe het ervoor staat) moet dit toch mogelijk zijn, geholpen door moderne media. Wellicht brengt het mensen zelfs op (project)ideeën, al dan niet voor tijdelijk gebruik. Een andere actie kan zijn projecteigenaren te benaderen met de vraag wat de gemeente kan doen om het proces te bespoedigen. Proactief erop af zullen we maar zeggen!

kees-staan
Kees de Graaf
Raadslid PvdA Tynaarlo

Kees de Graaf

Kees de Graaf

  Geboren in Vollenhove (op de rand van de Noordoostpolder). Middelbare school in Enkhuizen, studie sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Na verschillende banen bij onderzoeksbureaus en een bouwbedrijf in 2000 de overstap gemaakt naar het bestaan als zelfstandige. Niet veel later verhuisd van Amsterdam naar Zuidlaren. Vader van drie kinderen. Woont samen. Werkzaamheden:

Meer over Kees de Graaf